Waar zijn de valse meesters?

Een groep Nederlandse vervalsers heeft de kunstmarkt begin vorige eeuw overvoerd met nepschilderijen van oude meesters. Waar zijn die werken gebleven?



Henk Schutten

Meestervervalser Han van Meegeren aan het werk

 

 

Nee, over het roemruchte vervalsersverleden van zijn overgrootvader Theo werd thuis niet veel gesproken, zegt Willem van Wijngaarden (59). “Mijn grootmoeder wilde de vuile was niet buiten hangen. Mijn vader heeft op latere leeftijd nog geprobeerd wat dingen uit te zoeken, maar heel ver is hij daarmee niet gekomen.”

Willem van Wijngaarden werd geboren in 1952, een half jaar voordat zijn overgrootvader op 78-jarige leeftijd overleed. Vast staat dat Theo van Wijngaarden nauw heeft samengewerkt met meestervervalser Han van Meegeren en kunsthandelaar-oplichter Leo Nardus, over wie pas de laatste jaren meer bekend is geworden. Maar daarmee houdt het eigenlijk wel op.

“De man is een raadsel,” zegt Van Wijngaarden. “Hij ging vaak op reis en kwam dan met veel geld terug. Zo heeft hij een keer na zo’n reis een café en een woning in Rotterdam voor mijn overgrootmoeder gekocht. Daar werd altijd zeer geheimzinnig over gedaan. Over Leo Nardus hoorden we evenmin veel, behalve dat hij verschrikkelijk rijk was. Hij woonde een tijdje hier aan de Herengracht en volgens mijn familie aten ze daar met gouden bestek van gouden borden.”

Theo van Wijngaarden stierf als een berooid man. Van het vele geld dat hij met zijn kunstzwendel moet hebben verdiend, was niets meer over. “Van Wijngaardens zijn altijd beter geweest in geld uitgeven dan verdienen,” zegt Van Wijngaarden met een grijns. “Van mijn grootvader weet ik dat de familie veel arme tijden heeft gekend, maar als er geld was, hadden alle kleinkinderen meteen een nieuwe fiets.”

Een portret dat Leo Nardus in 1918 van Theo van Wijngaarden schilderde, hangt nu in de woonkamer van het Amsterdamse appartement van zijn achterkleinzoon. Het is het enige aandenken aan een roemruchte periode waarin een kleine groep Nederlandse meestervervalsers de kunstmarkt moet hebben overvoerd met nepschilderijen van oude meesters. Aan de zwendel kwam pas een einde toen Han van Meegeren door de mand was gevallen.

Hoe groot het oeuvre van de vervalsers was, is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Maar gezien de bijna obscene bedragen die er mee werden verdiend – de bijnaam van Leo Nardus luidde ‘De man van vijftig miljoen’ – moet het om een enorm aantal schilderijen gaan. En waar die allemaal zijn gebleven, is een raadsel.

Het zou Willem van Wijngaarden niets verbazen als veel schilderijen van zijn overgrootvader nu nog steeds doorgaan voor echte meesters.  Friso Lammertse, conservator van museum Boijmans Van Beuningen, sluit dat evenmin uit. Lammertse is co-auteur van een nieuw boek over de Vermeervervalsingen van Van Meegeren, dat vorige maand verscheen. “Veel vervalsingen uit die tijd bevinden zich waarschijnlijk nog steeds in musea en vooral particuliere verzamelingen. Soms duikt er een op bij een veiling, Sotheby’s, Christies of één van de kleinere veilinghuizen. Maar die hebben er natuurlijk geen enkel belang bij te bewijzen dat het om een vervalsing gaat.”

De kwestie ligt uiterst gevoelig, vooral bij musea, zegt Lammertse. “Vaak zijn het rijke verzamelaars geweest die dit soort schilderijen hebben geschonken. Maar als ze zich nog in musea bevinden, hangen ze in depots, niet in de expositieruimte, daar ben ik redelijk van overtuigd. En echt grote verrassingen zullen er niet meer bij zijn. Onze kennis op dit gebied is de laatste jaren enorm toegenomen.”

Zo wijst recent onderzoek door experts van het Rijksmuseum uit dat Van Meegeren eigenlijk al veel eerder tegen de lamp had moeten lopen. “Hij verwerkte in zijn Vermeers kobaltblauw, dat pas in de negentiende eeuw voor het eerst werd gebruikt,” zegt Lammertse. “Het ontbrak de experts destijds aan voldoende kritisch vermogen. Men durfde elkaar niet tegen te spreken. De een zei ja, de ander ging daarin mee, je moest heel sterk in je schoenen staan om er een andere mening op na te houden.”

Tegenwoordig is het volkomen normaal dat experts er ideeën op na houden die lijnrecht tegenover elkaar staan. Wie schilderde bijvoorbeeld de eerst aan Vermeer toegeschreven vrouwenportretten in The National Gallery of Art in Washington? Pas in de jaren vijftig vielen ze door de mand als vervalsingen.

Hetzelfde geldt voor Dame met blauwe hoed, dat tot 1958 als een authentieke Vermeer in de catalogus stond vermeld.

Sommigen zien Van Meegeren als de vervalser, anderen Van Wijngaarden. “Maar waarom zou het geen Nardus kunnen zijn,” oppert Lammertse: “Nardus was een zeer verdienstelijk schilder, dat is goed te zien aan het portret dat hij maakte van Van Wijngaarden.”

Van alle betrokkenen in de kunstzwendel spreekt Leo Nardus, in 1868 geboren als Leonardus Salomonson, misschien nog wel het meest tot de verbeelding. Hij was aan de Amsterdamse Rijksakademie opgeleid door Sybrand Altmann, die vaak kopieën schilderde naar Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw. Na een mislukte goudexpeditie in Argentinië maakte Nardus – die ook een verdienstelijk schaker en schermer was en in 1912 een bronzen medaille won op de Olympische Spelen in Stockholm – zijn fortuin als kunsthandelaar.

Veel van zijn klanten waren schatrijke Amerikaanse grootindustriëlen die zich, niet gehinderd door enige kennis van de kunstmarkt, rijp en groen door hem in de maag lieten splitsen. Soms deugde de toeschrijving niet, in andere gevallen waren het platte vervalsingen, meestal van de hand van Van Wijngaarden.

Volgens de Amerikaanse historicus Jonathan Lopez, auteur van het drie jaar geleden verschenen boek The man who made Vermeers (2009) was Nardus waarschijnlijk zelf ook een vaardig vervalser. Maar zeker weten doet hij het niet. laat hij per mail weten. “Ik heb de kleinzoon van Nardus opgezocht in Frankrijk. Hij werd woedend toen ik veronderstelde dat Nardus zelf ook vervalsingen had gemaakt. Ik heb het onderwerp verder maar laten rusten.”

Nardus was een uiterst charismatisch verkoper, die vier talen vloeiend sprak, zegt Lopez. Of hij ook zaken heeft gedaan met Van Meegeren, is onduidelijk. Maar volgens Lopez staat vast dat Van Meegeren veel eerder met zijn vervalsingen begon dan hij iedereen wilde doen geloven.

Van Meegeren leerde het vak van Theo van Wijngaarden, toen die waarschijnlijk nog nauw samenwerkte met Nardus. Volgens de Haagse uitgever Ad van Gaalen, die aan een boek werkt over Van Wijngaarden, moeten Van Meegeren en Nardus elkaar hebben gekend. “Nardus behoorde tot de vriendenkring van Van Wijngaarden, waar Van Meegeren vaak over de vloer kwam. Nardus maakte ook deel uit van de vrienden van De Kemphaan, het fascistische maandblad waarin Van Meegeren zich afzette tegen de moderne kunst.”

Van Gaalen vermoedt dat veel werken die worden toegeschreven aan Van Meegeren, waaronder enkele Frans Hals-vervalsingen, eigenlijk van de hand van Van Wijngaarden zijn. “Theo van Wijngaarden was een veel betere vervalser dan Van Meegeren. De beste vervalsers blijven altijd onbekend. Van Van Wijngaarden zijn tot dusver enkele vervalsingen opgedoken, terwijl hij er veel meer moet hebben gemaakt.”

Onduidelijk is of ook Johan Diekman, de meest schimmige van alle vervalsers, tot het collectief van Van Meegeren cum suis behoorde. Over Diekman is alleen het verhaal bekend dat wijlen Marten Toonder in 1991 voor het eerst in Het Parool vertelde. Toen Toonder in 1944 geen middelen meer had om in het levensonderhoud van de onderduikers in zijn Amsterdamse tekenfilmstudio te voorzien, reed hij op de fiets naar Den Haag, waar een vriend van zijn moeder hem enkele goudstaven in handen drukte. Deze Diekman, wiens artiestennaam Eterman luidde en die later model zou staan voor de stripfiguur Terpen Tijn, had de staven verdiend – zo vertelde hij Toonder – door vervalsingen van oude meesters te verkopen aan de Duitsers.

Arnoud Alderlieste, voorzitter van de Marten Toonder Vereniging, heeft altijd gedacht dat het verhaal met een flinke korrel zout genomen moest worden. “Marten Toonder was een echte verhalenverteller. Zijn broer Jan Gerhard Toonder heeft ook over Eterman geschreven, en dat verhaal wijkt op essentiële punten af van dat van Marten.”

Onlangs ontdekte Alderlieste echter een advertentie in Het Vaderland uit oktober 1930 voor een gezamenlijke tentoonstelling van Diekman, alias Eterman, en Han van Meegeren in de Haagse kunsthandel Louis Beck. Diekman en Van Meegeren moeten elkaar dus hebben gekend. Alderlieste: “Ze waren allebei even oud. Van Meegeren haalde zijn akte MO-tekenen in 1914 in Delft. Waarschijnlijk volgde Johan Diekman ook één of meer cursussen aan de Technische Hogeschool in Delft, waar het gezin vaak verbleef en waar ook zijn moeder Agatha Etermans vandaan kwam. En nu blijken dus ook schilderijen van hen beiden in 1930 samen te zijn tentoongesteld.”

Toonder-biograaf Wim Hazeu laat telefonisch weten niet aan het verhaal van Toonder te twijfelen. “Diekman was gespecialiseerd in schilderijen in de stijl van Hollandse meesters en tijdens de oorlog waren er genoeg Duitsers die daar veel geld voor over hadden. “

Boijmansconservator Friso Lammertse sluit allerminst uit dat Diekman tot de coterie van Van Meegeren behoorde: “Er moet voor de oorlog een groep vervalsers actief zijn geweest die nauw met elkaar hebben samengewerkt. Van Van Meegeren en Van Wijngaarden weten we dat zeker, net als van Nardus en Van Wijngaarden. Han van Meegeren had een 2 op zijn HBS-eindexamen voor scheikunde. Het chemische proces dat hij toepaste om schilderijen ouder te doen lijken, bedenk je niet zomaar, daar moet hij hulp bij hebben gehad. Te bewijzen is het niet, maar er zijn erg veel aanwijzingen dat veel meer mensen van de vervalsingen afwisten. Van Meegeren heeft die mensen altijd afgeschermd tijdens het proces. Hij wilde zijn vrienden niet verlinken. Daarnaast was hij een enorme ijdeltuit. Het klonk beter als alles zijn eigen werk was geweest.”